Begint zorgrevolutie bij het Elektronisch Patiëntendossier?

4 minutes read

Begint zorgrevolutie bij het Elektronisch Patiëntendossier?

In de gezondheidszorg tekent zich langzaam een digitale revolutie af. Patiëntinformatie moet toegankelijk zijn voor de patiënt zelf; altijd en overal. Maar wie beheert een dergelijk EPD of Persoonlijk Gezondheidsdossier (PGD)? En belangrijker: hoe wordt het beveiligd?

De patiënt centraal stellen. Daar draait het om. Van die stelling hoef je bezoekers en standhouders van het Mobile Healthcare congres in Zeist allerminst te overtuigen. Bij die overtuiging hoort dat de patiënt, om wie het immers allemaal draait, altijd en overal bij zijn of haar informatie kan. Het gaat om de patiënt, waarom zou die niet bij zijn eigen informatie moeten kunnen, is de vraag.

Leuren met eigen informatie

De huidige gang van zaken is niet meer van deze tijd, vindt een groot deel van de bezoekers. Patiënten moet je niet laten leuren met hun informatie, die bovendien versnipperd op een groot aantal locaties als ziekenhuizen en huisartsen ligt. Het moet centraler, eenvoudiger, toegankelijker, zo is de opvatting.

Elektronisch Patiëntendossier

Het Elektronisch Patiëntendossier, waarmee de overheid in 2008 voortvarend aan de slag ging, moest die eisen inwilligen. Vanuit de overheid kwam het initiatief om het EPD op te zetten, met als gevolg lof van voorstander en hoon van de structurele tegenstander. Tegenstanders wierpen vooral op dat privacy wel eens in het geding zou kunnen komen als ziekenhuizen en zorgverzekeraars bij de centraal opgeslagen gegevens zouden kunnen. Misbruik zou om de hoek loeren, zo werd gedacht.

EPD in de prullenbak

Het EPD werd maar liefst drie keer naar de prullenbak verwezen. De Eerste Kamer was in 2011 unaniem in het oordeel het EPD niet op te zetten. Tegenwoordig bestaat het Landelijk Schakelpunt (LSP), een ver afgeslankte vorm van het EPD. Het LSP wordt verdeeld in 44 regio's op basis van samenwerkingsverbanden. De gedachte hierbij is dat een kleinschaliger opzet meer vertrouwen binnen de samenleving geeft voor het LSP. Regio's beheren het LSP in de regio of zijn ondersteunend aan implementatie van het Elektronisch Patiëntendossier.

Sensoring en wearables

Toch blijft er vanuit consumenten en commerciële partijen behoefte (medische) informatie centraal op te slaan. Zo heeft Quli (Quality of Life) een digitaal platform opgezet waarin gebruikers zelf gemeten informatie opslaan. Die informatie belandt in de kluis van Quli. Pas wanneer een gebruiker aangeeft dat (een deel van) de informatie mag worden gedeeld, gebeurt dat ook. “Quli begint met sensoring via bijvoorbeeld wearables”, productmanager Dirk-Jan van der Pol van Quli uit. “Quli is voor en door de zorg, een soort LinkedIn voor de zorg. Quli kan ook dienen als support, door bijvoorbeeld notificaties te sturen als je op een bepaald tijdstip medicijnen moet gebruiken.” Gebruikers zijn geregistreerd en er vindt geen buitenlandse afvang plaats, zo stelt Van der Pol. Inloggen gebeurt door middel van SMS-authenticatie.

Zorg is versnipperd

Quli is niet de enige partij met het idee een eigen Persoonlijk Gezondheidsdossier op te zetten. Integendeel. Ook de NPCF, de federatie die zich inzet voor (het welzijn van) patiënten, werkt aan een PGD. “De zorg is versnipperd, er zijn veel eilandjes”, concludeert Marcel Heldoorn van de NPCF. “Patiënten moeten op veel verschillende plekken telkens hetzelfde verhaal vertellen. Dat moet anders”, vindt Heldoorn.

Opnieuw het wiel uitvinden

NPCF en Quli zijn niet de enige die werken aan de verbetering van centrale informatieverzameling. Die ontwikkeling levert nog wel een belangrijke vraag op. “Zijn we niet allemaal individueel het wiel opnieuw aan het uitvinden”, luidt een vraag. Privacy geldt als een ander hot topic nu verscheidene organisaties en commerciële bedrijven PGD’s bouwen. Want hoe beveilig je tamelijk gevoelige en altijd persoonlijke informatie, die door personen zelf wordt verzameld en opgeslagen. Kunnen anderen bedrijven  - of in het ergste geval criminelen - er niet mee aan de haal?

Meest effectief en efficiënt

SMS-verificatie voor gebruikers geldt bij bovengenoemde voorbeelden als een van de meest eenvoudige en efficiënte oplossingen daarin. Met SMS-verificatie bij een online portaal ontvangt de gebruiker een code via SMS op de mobiele telefoon. Die code wordt getriggerd nadat de gebruiker zijn gebruikersnaam en wachtwoord heeft ingevuld. Een dergelijke SMS-code - ook wel One Time Password - is eenmalig en vaak maar een beperkte tijd bruikbaar. De NPCF gebruikt onder andere SMS-verificatie via DigiD, dat eveneens via SMS eenmalige wachtwoorden verstuurt. Een EPD of PGD is dus vrij eenvoudig en goedkoop goed af te schermen van hackers. Het is alleen de vraag of een nieuwe versnippering van informatiedragers gewenst is. Als dat toch gebeurt, laat het in ieder geval goed beveiligd zijn.

Veiligheid en kosten

Ger Thijssen, Market Manager Healthcare bij CM: “Het veiligheidsaspect is een punt, het kostenaspect is een ander. We zullen de komende jaren een vlucht zien van patiëntportalen. We zien initiatieven vanuit zorginstellingen, commerciële partijen en zorgverzekeraars. Al deze portalen zijn voor de toegang verplicht om na te denken over de twee-factor authenticatie. Het aantal inlogprocedures loopt dan snel op. Hoewel de kosten van een SMS laag zijn, moeten we ons inzetten om kosten in de zorg verder te drukken. Door slim gebruik te maken smartphones is het mogelijk om zowel authenticatie- als notificatieberichten te sturen via push. Dit is aanzienlijk goedkoper. Ook hierbij geldt wel opnieuw dat er gekeken moet worden naar de veiligheid. Het gebruikersportaal Quli maakt slim gebruik van deze Hybrid Messaging-methode. Belangrijk hierbij zijn veiligheid en kosten, maar ook de bereikbaarheid naar alle eindgebruikers, ongeacht de telefoon die wordt gebruikt.” 

probeer sms gratis



Verder lezen

Vorige FD Gazelle 2014: CM één van de snelst groeiende bedrijven
Volgende Nierstichting introduceert SMS-doneren met CollecteApp
Terug Terug naar nieuwsoverzicht

Interessant? Deel het met je netwerk!

Over de auteur

Erik Eggens

Connect met Erik via

LinkedIn, Twitter.